Gedoogverklaring Mariekerke-arrest


Onderwerpen ‐ Besluit in de zin van de Awb en instellen beroep
Artikelen ‐ Artikel 8:1 Awb en artikel 1:3 Awb

De feiten

Een eigenaar van een kleine camping heeft gedurende een aantal jaren deelgenomen aan de zogenaamde gedoogregeling piekopvang, een regeling waarbij tijdelijk extra kampeerplaatsen mogen worden ingericht als de Gemeente deze regeling afkondigt. Als de Gemeente constateert dat de campingeigenaar herhaaldelijk het aantal toegestane reguliere kampeerplaatsen overschrijd wordt hij uitgesloten van de piekopvangregeling. De campingeigenaar tekent bezwaar en later beroep aan.

Rechtsvraag

Is de weigering om te gedogen een op een rechtsgevolg gericht besluit en derhalve appellabel bij de bestuursrechter?

Overweging

De Afdeling stelt vast dat de piekopvangregeling moet worden beschouwd als een vooraf gegeven verklaring dat er geen gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid van bestuursdwang (art. 40 Kampeerwet). Dit is volgens vaststaande jurisprudentie een besluit gericht op een rechtsgevolg en derhalve aan te merken als beschikking.

De Afdeling komt tot de conclusie dat het uitsluiten van de gedoogregeling niet een op een rechtsgevolg gericht besluit is omdat niet vaststaat dat daadwerkelijk tot bestuursdwang zal worden overgegaan.

Daarom had de verweerder (Gemeente Mariekerke) niet tot afwijzing van het bezwaar kunnen komen, maar had ze de appellante (de campinghouder) niet-ontvankelijk moeten verklaren. De ABRvS vernietigt het besluit.

Rechtsregel

Een gedoogverklaring is een beslissing gericht op een rechtsgevolg en appellabel bij de bestuursrechter. De overweging ‘er is geen wettelijke basis aan te wijzen’ is van belang omdat de beslissing alleen rechtsgevolgen heeft voor zover de wet die aan het nemen van de betrokken beslissing verbindt.

Een weigering om te gedogen is een niet op enig rechtsgevolg gericht besluit en derhalve niet appellabel.

Relevante artikelen

Artikel 8:1 Awb
1. Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.
2. Met een besluit wordt gelijkgesteld een andere handeling van een bestuursorgaan waarbij een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig of een dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet dienstplicht als zodanig, hun nagelaten betrekkingen of hun rechtverkrijgenden belanghebbende zijn.
3. Met een besluit worden gelijkgesteld:
a. de schriftelijke beslissing, inhoudende de weigering van de goedkeuring van een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel of de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel, en
b. de schriftelijke beslissing, inhoudende de weigering van de goedkeuring van een besluit ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling.

Artikel 1:3 Awb
1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
2. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.
3. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.
4. Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

Andere relevante jurisprudentie