Damrak-arrest


Onderwerpen ‐ Redelijk vermoeden van schuld, (on)rechtmatig verkregen bewijsmateriaal
Artikelen ‐ Artikel 27 Sv.

De feiten

Op het Damrak in Amsterdam zien rechercheurs twee getinte mannen die met twee blanke mannen een gesprek voeren, waarna de blanke mannen in een auto met een Duits kenteken stappen. De rechercheurs vermoeden dat het om een drugsdeal gaat en lopen richting de vier mannen. De blanke mannen in de auto worden door de rechercheurs aangehouden. De getinte mannen ontkomen aan de aanhouding door weg te rennen. In de auto treffen de rechercheurs heroïne en hasj aan.

Rechtsvraag

Bestond er tegenover de betrokkenen een redelijk vermoeden van schuld waardoor zij als verdachten in de zin van artikel 27 WvSv mochten worden aangemerkt, en is derhalve het bewijsmateriaal rechtmatig verkregen?

Overweging

Het hof oordeelt dat er gelet op de ervaring van de agenten en de bekendheid van de locatie voor drugsdeals een redelijk vermoeden van schuld, zoals bepaald in art. 27 Sv, uit de zaak kan worden afgeleid. Doordat er een redelijk vermoeden van schuld aanwezig was is het bewijsmateriaal rechtmatig verkregen. De Hoge Raad sluit zich bij het oordeel van het hof aan en stelt dat er in casu sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. De Hoge Raad nam in haar overweging mee dat de aanhouding pas plaatsvond nadat de rechercheurs de getinte mannen zagen wegrennen, waardoor het vermoeden van schuld werd vergroot.

Rechtsregel

In dit arrest stelt de Hoge Raad dat de agenten in casu gezien hun ervaring betreffende drugsdeals van een redelijk vermoeden van schuld, zoals genoemd in art. 27 Sv, mochten uitgaan.

Relevante artikelen

Artikel 27 Sv:
1. Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit.

Andere relevante jurisprudentie