Singapore-arrest


Onderwerpen ‐ Rechtsmacht Nederlandse rechter en deelnemingsvormen
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Een handelaar uit Singapore kwam met een handelaar uit Amsterdam overeen dat de Amsterdamse handelaar een partij krokodillenhuiden en leguanenvellen zou kopen. De handelaar uit Singapore had verteld dat hij een deskundige uit Singapore had ingeschakeld om de goederen te controleren en in te pakken. De deskundige was alom gerespecteerd en werd dan ook door de handelaar uit Amsterdam vertrouwd. De handelaar uit Singapore was echter niet van plan om de krokodillenhuiden en leguanenvellen op te sturen, maar zout en jute in zakken. De deskundige wist hiervan en maakte een valse paklijst voor de zending op, waarna de zakken naar Amsterdam werden verzonden. De Amsterdamse handelaar had hierdoor ongeveer 90.000 gulden voor slechts zout en jute betaald. De handelaar uit Singapore en de deskundige werden vervolgd wegens oplichting.

Rechtsvraag

In casu waren er met betrekking tot de deskundige twee vragen. Diende hij als medepleger of slechts als medeplichtige te worden gekwalificeerd en wat was met betrekking tot zijn bijdrage de plaats van het misdrijf?

Overweging

Het hof had de deskundige veroordeeld wegens medeplegen van oplichting. De Hoge Raad stelde met betrekking tot de vraag omtrent het daderschap dat de deskundige op de hoogte was van de oplichting en hier door het inpakken van de goederen en het opstellen van de paklijst aan mee hielp. Het feit dat de deskundige zelf buiten de transactie stond en geen contact had met de handelaar in Amsterdam doet daar niets aan af. De deskundige wist namelijk dat hij wegens het feit dat hij alom gerespecteerd was, door de handelaar in Amsterdam vertrouwd zou worden en hij wist dat zijn handelwijze bijdroeg aan de misleiding. Met betrekking tot de vraag wat de plaats van het misdrijf was stelde de Hoge Raad dat de berichten en documenten van de mededaders in Amsterdam hun bestemming bereikten en dat Amsterdam derhalve, naast Singapore, als plaats van het misdrijf kan worden aangemerkt.

Rechtsregel

Het feit dat een verdachte geen contact heeft met de persoon die wordt opgelicht, doet niets af aan zijn kwalificatie als mededader indien deze verdachte wist dat zijn handelwijze bijdroeg aan de misleiding. Het feit dat een verdachte slechts in in een bepaalde stad zijn handelingen heeft verricht, doet niets af aan de mogelijkheid dat ook een andere stad als locus delicti kan worden aangemerkt.

Andere relevante jurisprudentie