Aanmaning terugbetaling studiefinanciering-arrest


Onderwerpen ‐ Besluit in de zin van de Awb
Artikelen ‐ Artikel 1:3 Awb

De feiten

Appellante heeft een bezwaarschrift ingediend tegen een op 6 maart 2006 door de IB-Groep aan haar gegeven sommatie om de achterstallige termijnen van haar rentedragende lening te betalen.

De IB-Groep heeft het bezwaarschrift bij besluit van 13 juni 2006 niet-ontvankelijk verklaard, aangezien het niet is gericht tegen een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen een bezwaarschrift kan worden ingediend.

Rechtsvraag

Is de aanmaning vanuit de IB-groep een publiekrechtelijke rechtshandeling in de zin van de Awb?

Overweging

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank is – kort samengevat – tot het oordeel gekomen dat de IB-Groep het bezwaar van appellante terecht niet - ontvankelijk heeft verklaard, omdat het bezwaar van appellante niet was gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.

Rechtsregel

Aanmaning -om achterstallige termijnen lening in kader Studiefinanciering te betalen- is geen besluit in de zin van de Awb. Bezwaar terecht niet ontvankelijk verklaard.
De Awb maakt het slechts mogelijk bezwaar te maken tegen een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een aanmaning als in geding is geen publiekrechtelijke rechtshandeling, maar is privaatrechtelijk van aard. Dit omdat het bestuursorgaan geen gebruik maakt van een speciaal voor het openbaar bestuur geschapen wettelijke grondslag, maar een bevoegdheid hanteert die krachtens het burgerlijk recht ook door niet-bestuursorganen kan worden gebruikt.

Relevante artikelen

Art. 1:3 Awb
1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Andere relevante jurisprudentie