Overstekend kind-arrest


Onderwerpen ‐ Onveilig gedrag in het verkeer, zorgvuldigheidsnorm
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

De chauffeur van een bus staat voor een fietsoversteekplaats te wachten tot een moeder en haar zoontje zijn overgestoken. De chauffeur trekt op zodra hij ziet dat de moeder is overgestoken. Hij had echter niet gezien dat het zoontje was gevallen waardoor hij het zoontje overrijdt. De chauffeur wordt vervolgd voor art. 6 WVW. Hij verweert zich door te stellen dat hij slecht zicht had waardoor hij niet had gezien dat het zoontje was gevallen.

Rechtsvraag

Kan art. 6 WVW bewezen worden verklaard?

Overweging

Het hof stelt dat de man inderdaad slecht zicht op het wegdek had, dit ook vanwege zijn kleine gestalte. Het hof is echter van mening dat de chauffeur niet op enig gebaar van de moeder had mogen afgaan, maar dat hij had moeten nagaan of hij zonder gevaar voor het zoontje kon optrekken. Nu de chauffeur dit heeft nagelaten is er volgens het hof sprake van schuld in de zin van art. 6 WVW. De Hoge Raad sluit zich bij dit oordeel aan en stelt dat de man juist gezien het slechte zicht op het wegdek eerst had moeten nagaan of het zoontje ook was overgestoken. Voorts stelt de Hoge Raad dat de man als chauffeur van een bus een grote zorgvuldigheid ten aanzien van zeer kwestbare verkeersdeelnemers dient te betrachten. Nu hij deze zorgvuldigheid in casu heeft nagelaten is er sprake van schuld in de zin van art. 6 WVW. De Hoge Raad verwerpt derhalve het cassatieberoep.

Rechtsregel

Indien iemand onveilig gedrag in het verkeer vertoont en dit gedrag heeft letsel tot gevolg, kan men makkelijk aannemen dat er sprake is van schuld.

Andere relevante jurisprudentie