Porsche-arrest


Onderwerpen ‐ Voorwaardelijk opzet, aanvaarden aanmerkelijke kans
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Een man was met een vriend in zijn Porsche gestapt nadat hij in een kroeg meerdere glazen bier had gedronken. De man reed ongeveer 120 kilometer per uur op een weg waar maximaal 80 kilometer per uur was toegestaan en deed hierbij enkele gevaarlijke inhaalmanoeuvres. Als de man een volgende inhaalmanoeuvre wil doen, gaat het echter mis. De Porsche botst frontaal op een tegenligger. De vier inzittenden van de tegenligger en de vriend van de man komen allen om het leven. De man werd vervolgd voor doodslag, meermalen gepleegd.

Rechtsvraag

Is er sprake van voorwaardelijk opzet zodat aan het bestanddeel opzet in art. 287 Sr kan worden voldaan?

Overweging

De rechtbank veroordeeld de man voor doodslag, meermalen gepleegd en dit vonnis wordt in hoger beroep bekrachtigd. Het hof stelde dat er in casu sprake was van voorwaardelijk opzet omdat de man onder invloed van alcohol met hoge snelheid reed, twee keer door rood was gereden en gevaarlijke inhaalmanoeuvres had uitgevoerd. De Hoge Raad stelt dat de man door zijn handelwijze ook zelf een aanmerkelijke kans had om te komen te overlijden. Naar ervaringsregels is het niet waarschijnlijk dat een verdachte de aanmerkelijke kans op een frontale botsing, met de kans dat hij zelf zou komen te overlijden, op de koop toe neemt. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat de man sommige inhaalmanoeuvres heeft afgebroken, kennelijk omdat hij een botsing wilde vermijden. Nu de man de fatale inhaalmanoeuvre echter niet heeft afgebroken, kan men hieruit afleiden dat hij er kennelijk van uit ging dat deze inhaalmanoeuvre niet tot een botsing zou leiden. De bewezenverklaring van het hof behoeft dus nadere motivering en wordt door de Hoge Raad vernietigd.

Rechtsregel

Dit arrest is een goed voorbeeld voor de vraag hoe de Hoge Raad met het leerstuk voorwaardelijk opzet omgaat. In casu bleek uit de bewijsmiddelen dat de man er van uitging dat de fatale inhaalmanoeuvre niet tot een botsing zou leiden. Er kon dus niet, zoals het hof had gedaan, gesteld worden dat de verdachte de frontale botsing, met doden tot gevolg, op de koop had toegenomen.

Andere relevante jurisprudentie