Aanmerkelijke kans-arrest


Onderwerpen ‐ Voorwaardelijk opzet, onderzoeksplicht
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Een man vliegt vanuit het buitenland naar Schiphol. Op Schiphol worden zijn twee koffers gecontroleerd en het blijkt dat er in beide koffers een dubbele deksel en bodem zit, met daarin in totaal 4,8 kilo heroïne. De man verklaart tegen de politie dat hij de twee koffers te leen heeft gekregen van een man in het buitenland. In de koffers had de man uit het buitenland al enkele kledingstukken gestopt, en de man die naar Schiphol vloog had hier zijn eigen spullen aan toegevoegd. De man wordt vervolgd voor het opzettelijk handelen in strijd met een in art. 2 eerst lid onder A Opiumwet gegeven verbod.

Rechtsvraag

Heeft de man in casu opzettelijk gehandeld in strijd met art. 2 lid 1 onder A Opiumwet?

Overweging

De rechtbank en het hof veroordelen de man beide tot zes jaar gevangenisstraf wegens het opzettelijk in strijd handelen met het verbod. In cassatie verweert de man zich door te stellen dat het bestanddeel opzet niet bewezen kan worden. De Hoge Raad stelt dat er in casu moet worden gekeken of er sprake is van voorwaardelijk opzet. Het had de man moeten opvallen dat de deksels en bodems van de koffers dikker en zwaarder waren dan normaal het geval is bij dergelijke koffers. Bovendien is het algemeen bekend dat drugs in bodems en deksels van koffers wordt verborgen. Omdat de man ondanks deze omstandigheden de koffers niet aan een nader onderzoek heeft onderworpen, heeft hij zich willens en wetens aan de aanmerkelijke kans dat er in de koffers drugs verborgen zat blootgesteld. Er is in casu dus sprake van voorwaardelijk en dus kan het bestanddeel opzet worden bewezen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.

Rechtsregel

Er kan sprake zijn van voorwaardelijk opzet indien iemand wegens omstandigheden nader onderzoek moet verrichten, maar dit nalaat.

Andere relevante jurisprudentie