Kunstbrieven gemeente Velzen-arrest


Onderwerpen ‐ Besluit in de zin van de Awb
Artikelen ‐ Artikel 1:3 lid 1 Awb

De feiten

Een kunstenaar stuurt diverse (kunst)brieven naar de gemeente. Enige tijd later verzoekt hij de gemeente deze (kunst)brieven aan hem terug te geven. De gemeente weigert dit.

Rechtsvraag

Is de weigering om de kunstbrieven terug te geven een besluit in de zin van art. 1:3 Awb?

Overweging

De rechtbank oordeelt dat deze weigering geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is, aangezien het teruggeven van (kunst)brieven niet de uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid betreft.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat verweerder in de beslissing op het bezwaar heeft overwogen dat verweerder op grond van de ‘doorkruisingsleer’ geen gebruik mag maken van het privaatrecht indien daardoor een publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist.

De doorkruisingsleer, zoals die is verwoord in het arrest van de Hoge Raad van 26 januari 1990, heeft betrekking op de vraag of een bestuursorgaan: “ingeval haar bij een publiekrechtelijke regeling ter behartiging van zekere belangen bepaalde bevoegdheden zijn toegekend, die belangen ook mag behartigen door gebruik te maken van haar in beginsel krachtens het privaatrecht toekomende bevoegdheden. Wanneer de betrokken publiekrechtelijke regeling daarin niet voorziet, is voor de beantwoording van deze vraag beslissend of gebruik van de privaatrechtelijke bevoegdheden die regeling op onaanvaardbare wijze doorkruist. (…) Van belang is voorts of de overheid door gebruikmaking van de publiekrechtelijke regeling een vergelijkbaar resultaat kan bereiken als door gebruikmaking van de privaatrechtelijke bevoegdheid, omdat, zo zulks het geval is, dit een belangrijke aanwijzing is dat geen plaats is voor de privaatrechtelijke weg.”

In casu bestaat er geen publiekrechtelijke weg op grond waarvan verweerder is gehouden de correspondentie c.q. mail van eiser terug te geven. In dat geval dient de privaatrechtelijke weg gevolgd te worden. Het zal o.g.v. het privaatrecht dienen te worden beoordeeld of verweerder is gehouden de door eiser gevraagde correspondentie terug te geven aan eiser.

Rechtsregel

De vraag die centraal staat is of de brief van 7 mei 2007 een ‘publiekrechtelijke rechtshandeling’ inhoudt. Onder ‘publiekrechtelijke rechtshandeling’ wordt verstaan een handeling gericht op rechtsgevolg, waarbij het bestuursorgaan de bevoegdheid tot het verrichten van die handeling ontleent aan een speciaal voor het openbaar bestuur bij of krachtens de wet geschapen grondslag.

Relevante artikelen

Art. 1:3 Awb
1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Andere relevante jurisprudentie