Wormerveerse brandstichting-arrest


Onderwerpen ‐ Daderschap, uitvoeringshandelingen verrichten
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Twee mannen willen een schuurtje in Wormerveer in brand steken. Een van de mannen klimt via een ladder naar de hooizolder. De andere man houdt de ladder vast en reikt zijn vriend een bosje stro aan. Met behulp van dit bosje stro steekt de man het hooi op de hooizolder in brand. De mannen werden vervolgd voor het in vereniging plegen van brandstichting, maar de man die de ladder vasthield verweert zich door te stellen dat hij slechts medeplichtig was.

Rechtsvraag

Kan de verdachte, die de ladder vasthield, als mededader worden gekwalificeerd of slechts als medeplichtige?

Overweging

Het hof stelde dat de brandstichting door de twee mannen gezamenlijk is verricht. Het feit dat het hooi door een man in brand was gestoken, betekent niet dat slechts diegene zich aan brandstichting schuldig heeft gemaakt. Het hof heeft dit oordeel voornamelijk gebaseerd op het feit dat de mannen samen hadden besloten om de schuur in brand te steken. Er was derhalve sprake van een zo volledige en nauwe samenwerking, dat de handelingen van de verdachte niet slechts als hulpverlenend kunnen worden gekwalificeerd. Het feit dat de ander het hooi in brand had gestoken was, gelet op de volledige en nauwe samenwerking, slechts toevallig, het had namelijk ook verdachte zelf kunnen zijn. De Hoge Raad sluit zich bij het oordeel van het hof aan en stelt dat het voor de kwalificatie als mededader niet noodzakelijk is dat verdachte zelf een uitvoeringshandeling heeft verricht. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.

Rechtsregel
In dit arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat het voor de kwalificatie als mededader niet noodzakelijk is dat diegene een uitvoeringshandeling heeft verricht.

Andere relevante jurisprudentie