Anja Joos-arrest


Onderwerpen ‐ Geweld in vereniging, wezenlijke bijdrage aan geweld
Artikelen ‐ Artikel 141 SR

De feiten

Anja Joos wordt wanneer zij een supermarkt wil verlaten staande gehouden door een paar werknemers op verdenking van diefstal. Van diefstal blijkt geen sprake te zijn, maar in haar woede maakt Anja de werknemers uit voor kutmarokkanen. Hierdoor volgt een vechtpartij, waarbij ook andere mensen betrokken raken. Anja wordt in elkaar getrapt en vervolgens op straat achtergelaten, waar de ambulance haar ook aantreft. Anja overlijdt in het ziekenhuis aan de gevolgen van de vechtpartij. In een normaal geval hadden de uitgedeelde trappen niet snel tot de dood van het slachtoffer geleidt. Anja had echter een vergrootte milt, waardoor zij minder kon hebben en in dit geval wel om het leven kwam. Acht verdachten werden vervolgd voor het in vereniging plegen van geweldig, art. 141 Sr. Het was niet duidelijk wie uiteindelijk de fatale trap heeft uitgedeeld. Een van de verdachten verweert zich door de stellen dat hij slechts met de groep verdachten mee liep en zelf geen trappen heeft uitgedeeld.

Rechtsvraag

Kan de verdachte in casu worden veroordeeld voor het in vereniging plegen van geweld volgens artikel 141 Sr?

Overweging

Voor het in vereniging plegen van geweld volgens artikel 141 Sr is sprake indien de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld. Deze bijdrage zelf hoeft niet van gewelddadige aard te zijn maar kan ook uit een andere handeling bestaan. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt hoeft niet voldoende te zijn om aan te merken dat er sprake is van het in vereniging plegen van geweld. In casu was er echter niet slechts sprake van de aanwezigheid in de groep die geweld pleegde. Het hof is van mening dat de verdachte en de mededaders ieder voor zich hebben besloten de confrontatie op te zoeken. Dit maakt het hof op uit de omstandigheid dat de groep, en hierbij tevens de verdachte, naar de vrouw bleef joelen en schreeuwen nadat al vast was komen te staan dat zij geen winkeldiefstal had gepleegd. De daders zijn volgens het hof als één groep naar het slachtoffer opgedrongen en hebben haar ingesloten. Voor iedereen in de groep was het zichtbaar dat de vrouw getrapt werd, en de verdachte heeft zich hiervan op geen enkel moment gedistantieerd. Uit deze omstandigheden heeft het hof afgeleid dat de verdachte een voldoende significante aan het openlijk geweld heeft geleverd. Het hof heeft de verdachte veroordeeld voor het tenlastegelegde. Als cassatiemiddel wordt gebezigd dat er geen juiste uitleg aan het begrip ‘in vereniging’ zoals in artikel 141 Sr gegeven zou zijn. De Hoge Raad verwerpt dit beroep echter omdat zij vindt dat het hof geen onjuiste uitleg aan dit begrip gegeven heeft. Het beroep wordt verworpen en de verdachte wordt veroordeeld.

Rechtsregel

Er is sprake van het plegen van geweld ‘in vereniging’ indien een betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld.

Relevante artikelen

Artikel 141 Sr, lid 1
Zij die openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.

Andere relevante jurisprudentie