Smeets/Gemeente Heerlen-arrest


Onderwerpen ‐ Causaal verband, omkeringsregel
Artikelen ‐ Artikel 150 Rv. en artikel 6:174 BW

De feiten

Aan een straat in Heerlen die heuvelafwaarts loopt werden wegwerkzaamheden uitgevoerd. Als gevolg van deze werkzaamheden was er op een plek tussen de tegels een hoogteverschil ontstaan. Smeets reed 's ochtends op zijn fiets over deze straat. Als gevolg van het feit dat Smeets het hoogteverschil te laat zag, kwam hij ten val en liep hij ernstig hersenletsel op. Smeets stelde de gemeente aansprakelijk voor zijn geleden schade op grond van art. 6:174 BW. Bovendien stelde Smeets dat in casu de de omkeringsregel van causaal verband toegepast zou moeten worden. De omkeringsregel houdt in dat het causaal verband tussen de gedraging en de schade wordt aangenomen tenzij de aangesprokene kan aantonen dat de schade ook zou zijn ontstaan zonder die gedraging. De gemeente stelde dat de weg aan de eisen die men daaraan mag stellen voldeed, vooral gezien het feit dat er waarschuwingsborden waren geplaatst.

De rechtsvraag

Dient de gemeente de geleden schade van Smeets te vergoeden op grond van art. 6:174 BW?

De overweging

De rechtbank wees de vordering toe, waarna het hof de vordering afwees. De Hoge Raad stelde dat het volgens vaste rechtspraak in sommige gevallen is toegestaan dat er een uitzondering op art. 150 Rv wordt gemaakt. Het causaal verband tussen een onrechtmatige gedraging (of tekortkoming) en de ontstane schade wordt dan aangenomen, tenzij de aangesprokene kan aantonen dat deze schade ook zou zijn ontstaan zonder de onrechtmatige gedraging (of tekortkoming). Toepassing van deze omkeringsregel is mogelijk indien er sprake is van een gedraging die in strijd was met een norm die strekt tot het voorkomen van een specifiek gevaar en indien de eiser aannemelijk heeft gemaakt dat dit gevaar zich heeft verwezenlijkt. Indien de partijen het niet eens zijn over de toepassing van de omkeringsregel dient de rechter de geschonden norm te beoordelen. Over de geschonden norm, art. 6:174 BW, oordeelt de Hoge Raad dat deze norm een zorgplicht omhelst die strekt ter bescherming van de veiligheid van de gebruikers van de openbare weg. Deze verkeers- en veiligheidsnormen dienen derhalve ruim uitgelegd te worden. De Hoge Raad oordeelde dat in het geval dat, het om een openbare weg gaat, die niet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen voldoet, en derhalve gevaar voor personen en zaken oplevert, de omkeringsregel toegepast kan worden. De eiser hoeft indien hij een dan een beroep op de omkeringsregel doet enkel feiten te stellen omtrent de toedracht van het ongeval en zonodig aannemelijk maken dat een daaruit voortvloeiend gevaar zich heeft verwezenlijkt. Hij hoeft echter niet de precieze toedracht van het ongeval aannemelijk te maken, want het causaal verband wordt dankzij de omkeringsregel aangenomen. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het hof.

Rechtsregel

Indien men een beroep op de omkeringsregel doet en deze wordt toepasbaar geacht, dient men enkel feiten omtrent de toedracht van het ongeval te stellen en zonodig aannemelijk te maken dat een hieruit voortvloeidend gevaar zich heeft verwezenlijkt. De precieze toedracht van het ongeval hoeft niet aannemelijk gemaakt te worden, het causaal verband wordt wegens de omkeringsregel aangenomen, tenzij de aangesprokene kan aantonen dat de schade ook zou zijn ontstaan zonder de onrechtmatige gedraging.

Relevante artikelen

Art. 150 Rv:
De partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit.

Art. 6:174 BW:
De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.

Andere relevante jurisprudentie