Baris/Riezenkamp-arrest


Onderwerpen ‐ Dwaling, mededelings- en onderzoeksplicht
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Riezenkamp koopt van Baris voor 110 000 gulden onderdelen, materialen en gereedschappen voor het fabriceren van bromfietsmotoren. Riezenkamp is namelijk voornemens om hier een bedrijf in te beginnen.
Baris deelt hem mee dat de kostprijs voor een bromfietsmotor 135 gulden bedraagt. Nadat de koopovereenkomst is gesloten komt Riezenkamp er echter achter dat de kostprijs 230 gulden bedraagt. Riezenkamp weigert hierdoor de betaling aan Baris te voldoen. Baris vordert derhalve de ontbinding van de koopovereenkomst en eist een schadevergoeding. Riezenkamp beroept zich op dwaling en vordert vernietiging van de koopovereenkomst. Baris verweert zich en stelt dat de dwaling aan Riezenkamp te verwijten is nu deze niet genoeg onderzoek naar de kostprijs heeft verricht, art. 6:228 lid 2 BW, de dwaling is volgens Baris dus niet verschoonbaar.

Rechtsvraag

Kan Riezenkamp zich met succes op dwaling beroepen of kan Baris een succesvol beroep op ontbinding doen?

Overweging

De Hoge Raad overwoog dat het voor een geslaagd beroep op dwaling niet expliciet door de wet is vereist dat de dwaling verschoonbaar is. De redelijkheid en billijkheid brengt mee dat de beide partijen met elkaars belangen rekening moeten houden. In beginsel heeft Riezenkamp een onderzoeksplicht. Deze onderzoeksplicht vervalt echter door de mededeling van Baris, waar Riezenkamp op mocht vertrouwen. Riezenkamp heeft verschoonbaar gedwaald. De Hoge Raad overwoog tevens dat een beroep op dwaling als verweer tegen een vordering van de wederpartij kan gelden. In casu houdt dit in dat het beroep op dwaling van Riezenkamp als verweer tegen de vordering van Baris om de koopovereenkomst te ontbinden en de schadevergoeding kan dienen. Riezenkamp betaalt namelijk niet omdat hij heeft gedwaald.

Rechtsregel

Uit dit arrest komt naar voren dat een koper een onderzoeksplicht heeft, maar dat deze kan vervallen door de mededelingsplicht van de verkoper. Of de onderzoeksplicht komt te vervallen moet altijd aan de hand van de relevante omstandigheden worden beoordeeld.

Andere relevante jurisprudentie