Haarlemse doodslag-arrest


Onderwerpen ‐ Redelijke toerekening, causaliteit
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

De verdachte steekt op 21 mei 1983 meerdere keren in op het hoofd en lichaam van het slachtoffer. Het slachtoffer wordt naar het ziekenhuis overgebracht en overlijdt hier op 28 mei. Uit een deskundigenrapport blijkt dat het slachtoffer mogelijk niet zou zijn overleden indien hij betere medische zorg zou hebben gekregen. De verdachte wordt vervolgd voor doodslag.

Rechtsvraag

Kan de dood van het slachtoffer aan de verdachte worden toegerekend en kan hij derhalve voor doodslag worden veroordeeld?

Overweging

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor doodslag. In hoger beroep stelt de verdachte dat er onvoldoende causaal verband tussen de steekpartij en de dood van het slachtoffer. Het hof stelt dat de mogelijkheid dat het slachtoffer door onvoldoende medische zorg is overleden, niet aan de redelijke toerekening van de dood aan de verdachte in de weg staat en stelt de verdachte derhalve in het ongelijk. De Hoge Raad sluit zich bij het oordeel van het hof aan en stelt dat de steekpartij met opzet op de dood van het slachtoffer was gericht. Als er al sprake was van medisch falen, dan kon dit alsnog aan de verdachte toegerekend worden omdat zonder het gedrag van de verdachte helemaal geen medische zorg nodig was geweest.

Rechtsregel

Bij opzettelijke delicten kunnen de gevolgen op grond van de leer van redelijke toerekening eenvoudig aan de verdachte worden toegerekend.

Andere relevante jurisprudentie