Vas Dias/Salters-arrest


Onderwerpen ‐ Onbevoegde vertegenwoordiging
Artikelen ‐ Artikel 3:61 BW

De feiten

Vas Dias is de aanbesteder van een nieuw te bouwen huis in Den Haag, hiervoor moet een oud pand worden afgebroken. De werkzaamheden worden verricht door een aannemer die ingehuurd is door Vas Dias. Tijdens het afbreken van het oude pand onstaat er ernstige schade aan het huis van Salters, de buurman. Salters gaat verhalen halen bij Vas Dias en treft daar enkel de architect van het nieuwe pand aan. De architect heeft Salters in een gesprek toegezegd dat alle schade aan het huis zou worden hersteld. De werkzaamheden aan het nieuwe pand worden hervat maar het herstellen van de schade aan het huis van Salters blijft uit. Salters gaat opnieuw verhaal halen bij Vas Dias, deze deelt hem mee dat hij de architect geen opdracht heeft gegeven om in zijn naam op te treden en dat de architect hem niet kon binden. Vas Dias weigert derhalve om schadevergoeding te betalen. Salters vordert derhalve schadevergoeding op grond van contractuele aansprakelijkheid en/of onrechtmatige daad.

Rechtsvraag

Is Vas Dias door de architect gebonden en dient hij derhalve de schadevergoeding te betalen?

Overweging

De rechtbank wees de vordering toe op grond van onrechtmatige daad. Het hof wees de vordering toe op grond van contractuele aansprakelijkheid. De Hoge Raad overwoog dat in casu Vas Dias niet gebonden was door de toezegging van de architect. Gebonden worden door een onbevoegde vertegenwoordiger is alleen mogelijk indien het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij is te herleiden tot verklaringen of gedragingen van de vertegenwoordigde.
Rechtsregel
De onbevoegde vertegenwoordiger kan de psuedo-vertegenwoordigde enkel binden indien de schijn van bevoegdheid is opgewekt door toedoen van de psuedo-vertegenwoordigde.

Relevante artikelen

Art. 3:61 BW:
Lid 2: Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstellingen geen beroep worden gedaan.

Andere relevante jurisprudentie