Hollende kleurling-arrest


Onderwerpen ‐ Redelijk vermoeden van schuld, (on)rechtmatig verkregen bewijsmateriaal
Artikelen ‐ Artikel 27 Sv en artikel 52 Sv.

De feiten

Diep in de nacht loopt een kleurling versneld door een buurt in het centrum van Amsterdam die slecht bekend staat. Twee surveillerende agenten zien de kleurling uit de richting van het cafe Caribian Nights komen. Dit café staat bekend als een verzamelplaats van handelaren en gebruikers van verdovende middelen. Dit wetende vermoedt agent A dat verdovende middelen bij zich heeft. Door dit vermoeden houdt hij samen met agent B de verdachte aan om hem te fouilleren. Agent A merkt verder op dat de verdachte zijn linkerhand constant in zijn jaszak houdt, ook voor de aanhouding. Doordat de kleurling zijn hand voortdurend verbergt in zijn jaszak vermoedt agent A dat hij in die jaszak verdovende middelen heeft zitten.
De twee agenten houden hem vervolgens staande op verdenking van het opzettelijk bezitten van verdovende middelen. De verdachte verzet zich tegen overbrenging naar het politiebureau. In de tussentijd had de verdachte zijn linkerhand uit zijn linker jaszak gehaald. Hieruit viel een wikkel van zilverpapier op de grond, die naar later bleek heroïne bevatte. De verdachte werd door het OM vervolgd voor het in bezit hebben van heroïne en het verzetten tijdens zijn arrestatie.

Rechtsvraag

Is het bewijs, namelijk het heroïnebezit, rechtmatig verkregen?

Overweging

Het hof overweegt dat de enkele omstandigheid dat een kleuring hard uit de richting van een als verzamelplaats van handelaren en gebruikers van drugs bekend staand café komt lopen, niet voldoende is om te spreken van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bedoeld als in artikel 27 WvSv of van ernstige bezwaren. De kleuring mocht niet als 'verdachte' worden aangemerkt. Hierdoor was het staande houden en het onderzoek aan de kleding door de agenten niet rechtmatig. Doordat het bewijsmateriaal niet op rechtmatige wijze verkregen is volgt vrijspraak op grond van gebrek aan bewijs.

Rechtsregel

De enkele omstandigheid dat iemand uit de richting van een café komt rennen dat bekend staat als verzamelplaats voor handelaren en gebruikers in verdovende middelen levert niet een redelijk vermoeden van enig strafbaar feit als bedoeld in artikel 27 WvSv op.

Relevante artikelen

Artikel 27 Sv:
Lid 1. Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit.

Artikel 52 Sv:
Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd de identiteit van de verdachte vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en hem daartoe staande te houden.

Andere relevante jurisprudentie