Valkenhorst-arrest


Onderwerpen ‐ Beperking van het recht om te weten van welk ouder men afstamt
Artikelen ‐ Artikel 7 IVRK en artikel 10 Gw

De feiten

Inzet van het geding is de vraag of Valenhorst jegens eiseres tot cassatie gehouden is haar op haar verzoek bekend te maken met de door haar moeder aan de leiding van Valkenhorst (voorheen Moederheil) verstrekte gegevens omtrent haar vader. Valkenhorst weigert te voldoen aan dit verzoek en doet daartoe beroep op een geheimhoudingsverplichting voortvloeiende uit de vertrouwelijke aard van deze gegevens die haar in hoedanigheid van hulpverlener door de moeder van eiseres tot cassatie als cliënte zijn toevertrouwd. In afwachting van een wettelijke regeling hierover heeft Valkenhorst op dit stuk een beleid ontwikkeld. Dit beleid houdt kort gezegd in dat wanneer de moeder nog in leven is, de gegevens omtrent de (vermoedelijke) vader alleen worden verstrekt met haar toestemming: toestemming van de (vermoedelijke) vader wordt door Valkenhorst niet vereist. Weigert de moeder toestemming dan respecteert Valkenhorst haar besluit, ongeacht de daaraan ten grondslag liggende motieven. Vaststaat dat de moeder van eiseres tot cassatie nog in leven is en Valkenhorst geen toestemming heeft gegeven de gevraagde gegevens aan haar dochter te verstrekken.

Rechtsvraag

Mag Valkenhorst verstrekking van de gevraagde verstrekking afhankelijk maken van de toestemming van de moeder?

Overweging

Het Hof heeft de rechtsvraag bevestigend beantwoord.
De Hoge Raad: ‘Het algemene persoonlijkheidsrecht omvat mede het recht om te weten van welke ouders men afstamt. Dit recht geeft een persoon in de omstandigheden als eiseres in cassatie jegens een stichting als Valkenhorst aanspraak om op haar verzoek bekend te worden gemaakt met de aan die stichting bekende gegevens omtrent haar ouders. Het recht om te weten van welke ouders men afstamt is niet absoluut, het moet wijken voor de rechten en vrijheden van anderen wanneer deze in het gegeven geval zwaarder wegen. Het Hof heeft de afwegen tussen de wederzijdse rechten en belangen onjuist gewaardeerd. Het gaat in dit geval om het recht van eiseres tot cassatie om te weten door wie het is verwekt, het recht op respect van haar privé leven van de moeder om zulks ook tegenover haar kind verborgen te houden. Wat betreft de onderlinge rangorde tussen het recht van de moeder en het recht van de dochter moet worden geoordeeld dat het recht van het kind prevaleert. Behalve door het vitaal belang van dit recht voor het kind wordt deze voorrang daardoor gewettigd dat de natuurlijke moeder in de regel mede verantwoordelijkheid draagt voor het bestaan van dat kind.’ De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en doet de zaak zelf af. Eiseres in cassatie heeft jegens Valkenhorst aanspraak erop op haar verzoek bekend te worden gemaakt met de aan Valkenhorst bekende gegevens omtrent haar (vermoedelijke vader) tenzij het daartegen door Valkenhorst ingeroepen geheimhoudingsplicht prevaleert. Dat is evenwel niet het geval.

Rechtsregel

Het recht om te weten van welke ouder men afstamt is niet absoluut: het moet wijken voor de rechten en vrijheden van anderen wanneer deze in het gegeven geval zwaarder wegen. Wat betreft de onderlinge rangorde tussen het recht van de moeder en het recht van het kind moet worden geoordeeld dat het recht van het kind prevaleert.

Relevante artikelen

Artikel 7 IVRK
Lid 1: Het kind wordt onmiddellijk na de geboorte ingeschreven en heeft vanaf de geboorte het recht op een naam, het recht een nationaliteit te verwerven en, voor zover mogelijk, het recht zijn of haar ouders te kennen en door hen te worden verzorgd.

Artikel 10 Gw
Lid 1: Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbieding van zijn persoonlijke levenssfeer.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
EHRM 06/05/2003 AB 2003, 211 Betuwelijn (Kleyn ea tegen ... Onpartijdigheid, dubbelrol ... +
HR 17/03/1953 NJ 1953, 389 APV Nuth Beperking grondrecht +
HR 10/11/1992 NJ 1993, 197 APV Den Bosch Beperking vrijheid van meni... +
EHRM 10/11/2005 44774/98 Leyla Sahin tegen Turkije Vrijheid van godsdienst +
HR 28/11/1950 NJ 1951, 117 APV Tilburg Beperking openbarings- en v... +
EHRM 28/09/1995 NJ 1995, 667 Procola Onpartijdigheid, Raad van S... +
HR 26/04/1996 NJ 1996, 728 Rasti Rostelli Privaatrechtelijk handelen ... +
EHRM 13/02/2002 EHRC 2003/28 Refah Partisi Vrijheid van vereniging, de... +
HR 30/03/1984 NJ 1985, 350 Turkse werkneemster (Suiker... Vrijheid van godsdienst, ho... +
KB 05/06/1986 Stb. 1986, 337 Vloekverbod Ermelo Grondrechten +
EHRM 26/04/1979 NJ 1980, 146 Sunday Times Beperking grondrechten +
ABRvS 28/08/1995 AB 1996, 204 Sluiting drugspand Grondrechten +
EHRM 21/06/1988 NJ 1991, 641 Ärzte für das Leben Vrijheid van vereniging, po... +
EHRM 26/02/2002 28525/95 Unabhangige Initiative Info... Vrijheid van meningsuiting +
EHRM 26/04/1979 NJ 1980, 146 Sunday Times t. UK Vrijheid van meningsuiting,... +
HR 12/12/2003 AB 2004, 93 Aidstest II Horizontale werking grondre... +
EHRM 11/07/2002 28957/95 Christine Goodwin t. Vereni... Private life, margin of app... +
EHRM 28/10/1998 23452/94 Osman t. Verenigd Koninkrijk Positieve verplichtingen +
HR 30/05/1986 NJ 1986, 688 NS/FNV (Spoorwegstaking) Een ieder verbindende bepal... +
HR 13/03/1960 BNB 1960/222 AOW gewetensbezwaren Vrijheid van godsdienst, be... +
EHRM 07/12/1976 5493/72 Handyside t. Verenigd Konin... Vrijheid van meningsuiting +
HR 18/06/1993 NJ 1994, 347 Verplichte aidstest Horizontale werking grondre... +