Haviltex-arrest


Onderwerpen ‐ Uitleg van de overeenkomst, bedoeling van partijen
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Ermes en Langerwef verkochten een machine voor het snijden van piepschuim aan Haviltex B.V. In de koopovereenkomst werd een beding opgenomen dat Haviltex de machine tot het einde van het jaar terug mocht geven. De koopovereenkomst zou dan ontbonden worden en Haviltex zou het betaalde bedrag terugkrijgen. In het midden van het jaar wilde Haviltex de machine teruggeven, zodat hij zijn geld terugkreeg. De verkopers accepteerde dit echter niet omdat Haviltex geen goede reden aangaf over waarom hij de machine terug wilde geven. De verkopers stelden dat zij niet hebben bedoeld dat de koopovereenkomst zonder goede reden ontbonden zou kunnen worden. Haviltex stelde dat er in het beding enkel stond dat de machine voor het eind van het jaar teruggegeven kon worden. In het beding stond niet dat voor de teruggave een goede reden vereist was.

Rechtsvraag

Mocht de machine zonder goede reden worden teruggegeven of niet?

Overweging

Het hof stelde dat Haviltex de machine mocht teruggeven omdat dit simpelweg in de koopovereenkomst was opgenomen. De Hoge Raad nam een ander standpunt in. De Hoge Raad stelde dat bij de totstandkoming van een overeenkomst, niet de letterlijke tekst, maar de bedoeling van de partijen centraal staat. Het gaat om de betekenis die de partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs over en weer aan het beding mochten toekennen. Verder zijn de maatschappelijke positie, de rechtskennis en de gewoontes van de partijen belangrijk.

Rechtsregel

Bij de totstandkoming van een overeenkomst staat niet de zuiver taalkundige uitleg, maar de bedoeling van de partijen centraal, dit wordt ook wel de Haviltex-formule genoemd.

Andere relevante jurisprudentie