Letale longembolie-arrest


Onderwerpen ‐ Redelijke toerekening, causaliteit
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Een dronken man rijdt in een busje tegen een auto aan die voorrang had. Als gevolg van deze botsing wordt de inzittende van de aangereden auto opgenomen in het ziekenhuis. Twaalf dagen na het ongeluk overlijdt het slachtoffer als gevolg van een letale longembolie. De letale longembolie is ontstaan uit trombose die het gevolg was van de bedrust die noodzakelijk was voor het slachtoffer na de aanrijding. Er bestond dus geen duidelijk direct verband tussen de aanrijding en de doodsoorzaak. De vraag speelde hier of er een causaal verband kon worden aangenomen tussen de aanrijding en de dood van het slachtoffer. De verdachte wordt veroordeeld op grond van dood door het verwonden van een persoon door botsing met een door hem bestuurd motorrijtuig (art. 36 WVW).

Rechtsvraag

Bestaat er een causaal verband tussen de aanrijding veroorzaakt door verdachte en het overlijden van het slachtoffer aan de gevolgen van een letale longembolie?

Overweging

In eerste aanleg en hoger beroep wordt de verdachte veroordeeld. In cassatie klaagt de verdachte over het feit dat er door de rechtbank en het hof een causaal verband tussen de aanrijding en het overlijden aan de gevolgen van een letale longembolie is aangenomen. Uit een doktersrapport aangevoerd door de verdediging kwam naar voren dat het oplopen van het letsel niet noodzakelijkerwijs tot het intreden van de dood had hoeven te leiden. De Hoge Raad maakte in dit arrest voor het eerst gebruik van de redelijke toerekening en stelde dat de letale longembolie niet van een zodanige aard was dat het overlijden hieraan niet aan de verdachte als gevolg van de aanrijding kon worden toegerekend. De Hoge Raad verwierp derhalve het cassatieberoep.

Rechtsregel

In dit arrest beslist de Hoge Raad op grond van de redelijke toerekening, terwijl in voorgaande arresten werd besloten op grond van de voorzienbaarheid of de zeldzaamheid.

Andere relevante jurisprudentie